
Ewoud Sanders schreef vorige week en gisteren in het NRC Handelsblad over de waardering van dialecten die duidelijk aan het veranderen is. Ik citeer een deel van zijn column van gister:
‘Naar aanleiding van het stukje van vorige week schreef een lezer:
“Ik ben 72 en sprak tot mijn zeventiende thuis het Zeeuwse dialect uit de ‘zak van Zuid-Beveland’. Studerend op de HTS in Haarlem heb ik met de geweldige hulp van mijn hospita er alles aan gedaan om het Zeeuwse accent te verdrijven en dat is goed gelukt. Altijd heb ik bij het horen van een accent bij belangrijke en of bekende personen een wantrouwen in hun kunnen. Dat zijn voor mij mensen die niet de capaciteiten bezitten om ABN te leren en te spreken, of in ieder geval niet de moeite willen nemen om dat alsnog te doen. Voor de minister van Buitenlandse Zaken en de anderen die u noemde heb ik geen waardering. Het dialect behoort in de provincie en niet in Den Haag.”
Deze lezer verwoordt hoe er lang over dialect is gedacht: als je niet behoorlijk ABN sprak, dan deugde er iets niet. Dan was je bijvoorbeeld dom of naïef, iemand die zich met een kluitje in het riet liet sturen.’
Die lezer van Sanders was ik en Gerard mailde me dat ik weer eens in de krant stond. Of ik er blij mee mag zijn is de vraag. In politiek Den Haag lappen velen het ABN aan hun laars en gister gaf Eurlings bij Pauw en Witteman een model demonstratie. Ik ben oud en zelfs met mijn standpunt over onze spreektaal helemaal uit de tijd. Als het dialect zo leuk wordt gevonden, en zelfs misschien wel stemmen trekt, gaat Balkenende mijn moedertaal weer spreken verwacht Sanders. Dan is de keten voor mij dus rond!
Eliane vindt het allemaal niet zo erg en is het niet met mij eens, maar ik zeg haar hier in het openbaar:
‘Eliane, ik hoop niet meer mee te maken dat de burgemeesters van Rotterdam en Amsterdam plat Rotterdams en Amsterdams praten. Bespaar me dat!’
Wat een geluk kennen de Friezen, die spreken hun eigen taal. Hoewel, hoe zit het met hun accent?
















































