Friday, December 17, 2004

Bull-leaping.



The "Bull-leaping" fresco. Fresco found at the Palace of Knossos , with a representation of the bull-leaping, a kind of contest, probably religious in character, in which both men and women took part. A man is shown jumping over the back of a bull with a female figure on each side. Dated to the MM III-LM IB period (17th-15th centuries B.C.).




Sunday, December 12, 2004

L'esprit de finesse,

In het NRC Handelsblad van 18 december jongstleden pleitte Kees Schuit, hoogleraar sociologie aan de universiteit van Amsterdam voor het intellectuele debat.
Schuit mist in ons land de intellectuelen en dus zeker ook het intellectuele debat, dat een redeneervorm is die je volgens hem het best kunt omschrijven als l’esprit de finesse.
Gelukkig geeft Schuit voorbeelden van de enkele zeldzame intellectuelen in ons land, Karel van het Reve, Andreas Burnier, Hofland en Heldring, Bas Heijne, Jacquues van Doorn en Nelleke Noordervliet. De levenden van dit lijstje zijn dus “De laatsten der Mohikanen”.
Ook geeft Schuit een definitie van intellectuelen: personen die zich bemoeien met zaken waar ze niets mee te maken hebben, beroepshalve niet, maar ook niet naar opleiding, vakgebied of maatschappelijke positie. Schuit wijst er ons nog op dat je hier niet moet denken aan mensen die er geen verstand van hebben!
Per e-mail kreeg ik de maandag daarop van Gerard Burgers een terechte reactie dat Schuit hem was vergeten. In de volgende vertelling zal u duidelijk worden dat hij gelijk had.
Ik wil u vertellen over mijn intellectuele reizen naar schaakwedstrijden. Deze reizen begonnen toen ik voldoende invalide werd om zelf niet meer achter het stuur van een auto te mogen zitten (hier bewijst zich weer eens de enorme kracht van de beroemde stelling van één van onze grootste Nederlanders “elk nadeel heb z’n voordeel”).
Gerard kwam me vanaf dat moment halen om samen naar onze schaakevenementen te reizen. Voor we dan de Thuyalaan uit waren, waren we al in discussies over velerlei onderwerpen die voldeden aan Schuits definitie. Omdat wij het dikwijls eens waren misten we toch een soort aanjager die de spanning kon opvoeren. Gelukkig vonden we die in de persoon van Carla Bruinenberg. We hadden haar overgehaald om mee te spelen in het jaarlijkse toernooi te Hoogeveen en zo konden we negen dagen lang twee maal per dag een uur onze gedachten aan elkaar kwijt in de vorm van l’esprit de finesse. Tot deze discussievorm behoort ook: stel zelf vragen in plaats van alleen maar elkaar na te praten.
Eenmaal dreigde dit helemaal mis te gaan toen Carla en Gerard uitvoerig over hun Gymnasium opleiding begonnen. Ik werd bang de auto uit gegooid te worden of minstens niet meer mee te mogen spreken, hun Latijnse teksten gingen ook veel aan mij voorbij. Voordat bij beiden mijn lek doordrong en zij tot maatregelen konden overgaan, de auto uit gooien of (nog erger) een spreekverbod opleggen, speelde ik een troefkaart uit : mijn boerenverstand.
De beschikking over een authentiek boerenverstand heeft me al vele keren in mijn leven gered en zo ook nu. Denkend aan Schuit stelde ik de vraag tot welk ras de stier van Zeus behoorde. Deze vraag is daarna een van de hoofdproblemen van mijn blog geworden zoals u hebt kunnen zien en lezen! Carla en Gerard voldeden ook volledig aan de eis totaal geen verstand van koeien te hebben, Carla wou niet helemaal wegvallen en noemde nog gauw enkele rassen die ze haar slager wel eens had horen noemen: de Charolais en de Limosin meen ik.
Afin, ons gezelschap kon dus gelukkig bij elkaar blijven en wij drieën bogen ons over het probleem van het religen. Dat is de naam van het wel of niet bestaande zogenaamde religieuze gen. In de zestiger en zeventiger jaren was het menselijk gen taboe. De mens was een produkt van zijn opvoeding en zijn omgeving, het eventuele bestaan van biologische oorzaken voor zijn gedrag was volledig ondenkbaar en wie er over wou denken of spreken werd ten minste geestelijk vermoord (Buikhuizen!). Nu leven we in het tijdperk van de genen.
Ons reisgezelschap zit niet zo zeer met het wel of niet bestaan van het religen als wel met de vraag: waarom kiezen zoveel mensen voor een geloof en zo weinigen voor het volledig afwijzen van welk geloof dan ook?
Gerard heeft me beloofd daar ter zijner tijd met een wetenschappelijk onderbouwd betoog over te komen, Carla zal gezien haar katholieke familie het probleem van het religen moeten oplossen en ik zal mijn boerenverstand blijven lastig vallen met Europa en Zeus.
In het pas uit gekomen aardige boekje “Typisch Nederland” van Maarten van Rossum stelt hij de uitzinnige waanzin aan de orde die de Nederlander bevangt wanneer het Nederlands elftal moet voetballen en wanneer het koningshuis in opspraak is. Ik zal Carla en Gerard op onze volgende reis vragen waarom 99% van onze bevolking een oranjegen bezit. Tot nader bericht.

NRC Handelsblad

Als lezer van dit dagblad doe ik soms mee aan allerlei quizzen en prijsvragen. De Achterpagina riep nu op om een persoolijk lijstje samen te stellen, maximaal 120 woorden en het onderwerp is vrij. Vóór 20 dec opsturen naar achterpagina@nrc.nl . Mijn lijstje heb ik al opgestuurd, precies 120 woorden dankzij Erica die geweldig is met inkorten.

Wat mijn dag goedmaakt:

Overstekende ganzen die geregeld stilstaan en alle automobilisten laten wachten.

Meiden van dertien in de supermarkt die tegen me lachen.

Op de fiets naar Zutphen en dan de wind heen èn terug mee.

Een Hollands tafereeltje. Naar het dorp fietsend zie ik een jonge moeder met de kleinste voorop, de volgende achterop en de oudste op eigen fietsje rechts. Volle fietstassen en dan nog een hond aan de lijn.

In het donker de NRC halen en dan keihard de roep van de bosuil horen, daarmee goedmakend dat de krant er nog niet is.

In het voorjaar met het pontje de IJssel over en dan de boer zien die om het nest van de Grutto heen maait.

Saturday, December 11, 2004


Vandaag weer een fraaie illustratie van mijn schoondochter in het NRCHandelsblad bij een artikel over alledaagse waanzin. Zie ook haar blog onder www.duvekot.ca/eliane

A wonderful picture of an Armadillo, specially for Jeremy. Notice the book "Let us pray for Owen Meany" by John Irving.

Thursday, December 09, 2004


Valerius de Saedeleer. Museum voor Schone Kunsten Gent. Juli 2001.

9 december 1904

This morning had a very good start.
Like every day I begin with starting up the computer and now I received a nice e-mail from our friend Jeremy from London, with a wonderful picture. I remember when he took this picture, it was at the exposition “Een Zeldzame Weelde” four years ago in Gent in the Museum voor Schone Kunsten . It was the first reaction at my blog in English!
Jeremy phoned me yesterday and asked me what I was doing, so I will tell him.
First starting the computer and looking to my e-mail. Having breakfast with Erica. Then we went to Zutphen for our singing lesson by our friend Lennerd Oosthoek.
Like every time we start with very simple songs:

Since singing is so good a thing
I wish all men would learn to sing.

Je cherche fortune, au tour du Chat Noir
Au clair de la lune, a Montmartre!
Je cherche fortune, au tour du Chat Noir
Au clair de la lune, à Montmartre le soir.

Then we went to Schubert and other stuff!

After singing, Erica went to the Hospital in Deventer for a check up, she was very well and I had to write my bloc. Thank you Jeremy for your reaction.

Tuesday, December 07, 2004


Louisiana, november 2004

Bankbiljetten die uit een casino bij Baton Rouge waren geroofd, zijn door bevers verwerkt in een dam. De politie ontving een tip dat de dief het geld in een riviertje had gegooid. Twee geldzakken werden in het water gevonden. De derde zak bleef spoorloos totdat de sheriffs de beverdam afgroeven. Daarbij kwam het geld tevoorschijn en alle biljetten bleken nog heel!


Aquarel met pastel van O.Eerelman (1839-1926). Zeeuwse paarden met boer en boerin bij de waterbak. De boerin is duidelijk in werkkleding.

Monday, December 06, 2004


Lascaux

Zeus en Europa

Deze twee zullen nog dikwijls terug komen in mijn blog omdat ik verwacht het ras van stier Zeus niet eenvoudig te kunnen vaststellen.
Classicus Stephan de Vries uit Deventer en Galerie Aelbrecht uit Rotterdam hebben me weer een stapje verder gebracht om Zeus als stier te ontmaskeren. Het gaat mij er om welk runderras de makers van het verhaal over Europa en Zeus voor ogen hebben gehad toen zij dit mooie verhaal voor de Griekse mythologie bedachten.
Aelbrecht zal Marleen Felius met mijn vraag confronteren als zij weer in Nederland is, op dit moment is ze in Brazilië. Stephan bracht een stapel boeken voor me mee. In The Greek Myths deel 1 van Robert Graves op pagina 194 staat onder het hoofdstuk
Europe and Cadmus:

… b. Zeus falling in love with Europe, sent Hermes to drive Agenor’s cattle down to the seashore at Tyre, where she and her companions used to walk. He himself joined the herd, disguised as a snow-white bull with great dewlaps and small, gem-like horns, between which ran a single black steak. Europa was struck by his beauty and, on finding him gentle as a lamb, mastered her fear and began to play with him, putting flowers in his mouth and hanging garlands on his horns….

Evenals in andere versies van deze mythe is de stier wit en heeft kleine (ik vertaal nu vrij en creatief) doorschijnende glinsterende horens. Ook heeft de stier grote halskwabben zoals we die kennen van Afrikaanse rassen.
De periode waarin het verhaal ontstond moet zo 800 tot 500 v. Chr. zijn geweest.
Foenicië (het land van Agenor) uit die tijd is het huidige Libanon en Israël. Waarschijnlijk kunnen de verhalenvertellers ook gedacht hebben aan runderrassen uit Griekenland en Italië.
Vele kunstenaars hebben Europa en de stier vereeuwigd. Het oudst is een reliëf van ca. 550 v.Chr. in het museum van Palermo waar mijn zoon Michiel me op wees. Deze stier heeft trouwens wel grote hoorns.
Mijn zoon Thijlbert wees me erop dat alle runderrassen voortgekomen zijn uit het Oerrund en stuurde een link mee naar de Salle des Taureaux <http://www.culture.gouv.fr/culture/arcnat/lascaux/fr/f-st.htm> in Lascaux:http://www.culture.gouv.fr/culture/arcnat/lascaux/en/f-st.htm
deze stieren zijn 17.000 jaar oud.En een link naar Chauvet-pont-d'arc, een bison van 32.000 jaar geleden.http://www.culture.gouv.fr/culture/arcnat/chauvet/en/zmpt17-03.htm

Wat Thijlbert schrijft is natuurlijk juist en vindt je ook bij Felius.
Intrigerend van deze prachtige oerrunderen is dat zij veel groter waren dan al onze huidige rassen. Door de domesticatie van het rund is het dier in de loop van voorbije millennia zeker tweemaal zo klein geworden. Ik heb zelf wel een idee wat daar de oorzaak van is, maar moet eerst wat meer zekerheid hebben om daarover te schrijven hier. Zoals jullie zien stuur ik nog een prachtig plaatje mee dat Thijlbert meezond.

Wednesday, November 10, 2004


Een driespan zoals ik ze als kind in het najaar dagelijks zag. Deze foto kreeg ik van Freddy Rikken in de jaren negentig. De foto stond als illustratie bij een artikel over de familie de Jager in Kruiningen in het NRCHandelsblad. De Jager werkte toen nog zonder tractoren!

De hengst Nico van Melo uit mijn verhaal over Rieka. Schilder Ton van der Weerden, aquarel 50x65 cm. waarschijnlijk 1939.

Rieka

Rieka.

In zijn Geheim Dagboek 1942-1944 schrijft Hans Warren over de laatste dagen voordat de Canadezen eind oktober 1944 vanuit Biervliet de Westerschelde zouden oversteken. Het Dijkhuis van de Warrens te Borssele lag in de vuurlinie.
Hans Warren beschrijft hoe de jonge boer Piet de huisraad van de Warrens weghaalt om hen tijdelijk naar een veiliger plaats te brengen. Ik citeer uit het genoemde dagboek:
“Opeens kwam er weer een hevige beschieting met granaten, de scherven spatten om ons heen. Piet, als een goede boer, was erg bezorgd voor zijn paard dat stond te briesen en rukken van angst..... Piet wou ons dwingen om door te werken vanwege zijn paard en dan snel weg....... Ik wist nu dat ik heel bang kon worden.....en ik bewonderde Piet die waarschijnlijk nog koelbloediger uitgevallen is dan ik”
Die koelbloedige boer Piet, die op de zeedijk bij zijn paard bleef tijdens de beschietingen was mijn oom Piet Dekker, de jongste broer van mijn moeder. Oom Piet woonde als laatste van de kinderen nog bij zijn vader op de boerderij.
Het paard was de merrie Rieka, het lievelingspaard van mijn grootvader. Rieka was wat slanker en sneller dan de andere paarden en kon daarom ook goed voor de Tilbury. Wat Hans Warren hier beschrijft speelde zich enkele dagen eerder af dan mijn verhaal over Tona. Ik herinner me nog goed dat Hans en Oom Piet de avond van die dag in de grote kelder van de boerderij van mijn grootvader kwamen kijken waar onder anderen mijn ouders en tweelingbroer Piet waren ondergebracht, voordat wij naar Wolfhaartsdijk zouden gaan. Zij besloten op de zolder van de boerderij te gaan slapen, zoals dat ook in het dagboek valt te lezen.
Rieka werd een of twee dagen daarna alsnog door de Duitsers gevorderd en door de soldaten meegenomen op hun vlucht naar huis.
Er waren door het Duitse opperbevel afspraken gemaakt hoeveel paarden een boer, afhankelijk van de grootte van de boerderij, mocht houden. In de laatste oorlogsdagen trokken de vluchtende soldaten zich daar natuurlijks niets van aan.
Weken later hoorde mijn grootvader ’s nacht geluiden in de paardestal. De paardestal ligt in Zeeuwse boerderijen direct tegen het woonhuis. Toen mijn grootvader daar kwam stond Rieka, keurig op haar eigen plaats. Ze had kennelijk met haar lippen de klink van de staldeur opgelicht en was op haar plaats gaan staan in afwachting van haar portie voer. Mijn grootvader en oom Piet besloten die nacht dat Rieka nooit meer hoefde te werken. Onder “niet meer werken” moet u hier verstaan, niet meer voor de ploeg in die Zeeuwse klei.
Rieka was broodmager haar ribben waren te zien en dat hoort niet bij een Zeeuwse koudbloed, ze had alleen haar halster aan. Ze moet uit Duitsland door Brabant naar Zuid Beveland zijn terug gelopen. Wat er precies gebeurd is zullen we natuurlijk nooit weten. Opmerkelijk is dat in diezelfde dagen de hengst Nico van Melo met nog flarden tuig achter zich aan op dezelfde manier terug kwam. Nico was echter veel vlugger thuis dan Rieka. Hengsten als Nico zijn de makheid zelve, behalve wanneer je iets verkeerd doet. De soldaten zullen even niet goed met hem zijn omgegaan en Nico heeft toen laten zien wat hij kon, sloeg de zaak aan flarden en ging terug naar huis. Nico was toen in Zeeland al een legende. De mooiste en beste hengst die er ooit op Zuid-Beveland is gefokt. Hij stond bij de familie de Jager in Kruiningen, in 1935 geboren en 1939 kampioen van Nederland.
Grootvader Dekker en Oom Piet hielden hun woord, Rieka heeft nog veel gedaan maar voor de ploeg is ze nooit meer geweest. De eerste jaren na de oorlog won Rieka op koninginnedag steeds het Ringsteken en Stoeltjerijen in Borssele. Het ringsteken en het stoeltjerijden te paard was en is op Walcheren en Zuid-Beveland een traditioneel volksspel. In ’45 en ’46 was het hèt vermaak op feestdagen. De deelnemers waren vrijgezelle-boerenzonen en de huwbare meiden stonden langs de kant. De paarden waren prachtig opgemaakt met dikwijls bloemen in de manen en staart(je!).
Het stoeljesrijden is een stoelendans op de ongezadelde paarden rondom de muziektent waar de fanfare speelt Er is één stoel minder dan het aantal paarden zodat er steeds één ruiter afvalt Op het moment dat plotseling de fanfare stilvalt moet de ruiter zijn galopperend paard stil laten staan, afstijgen en met het paard aan de hand een stoel bemachtigen.
Lang voor koninginnedag begonnen Oom Piet en ik met de training. Achter de boerderij kwam een tafeltje met twee stoelen. Op een koffergramofoon werd marsmuziek door mij gedraaid, Rieka gallopeerde in een grote cirkel om het tafeltje en de twee stoeltjes, het vrije stoeltje werd steeds op een andere plaats gezet. Ze leerde onmiddellijk stil te staan als ik de naald van de plaat te haalde en als Oom Piet van haar rug was samen met hem naar de lege stoel te draven. Rieka trok Oom Piet mee naar ‘t vrije stoeltje ze wist precies wat er moest gebeuren.
Toen ik eind jaren negentig bij de begrafenis van Oom Piet over zijn moed en zijn zorg voor Rieka vertelde kwamen verschillende kameraden van toen naar me toe. De inmiddels niet meer jonge Job Smit zei “noe begriepe wu eindlik wirrom ‘die altied won!”


Beloftes

Zeker zal ik me aan mijn beloftes houden. Het verhaal over Rieka komt dan ook vandaag nog op mijn blog.
Het probleem was dat ik eerst helderheid over de stier van Zeus wilde, maar zover is het nog niet. We houden het dan ook voorlopig nog op de Chianina waar u al wat van te zien kreeg. Ik hoop Marleen Felius van RUNDVEE - rassen van de wereld te spreken te kunnen krijgen en dan leest u weer van me. Ook speur ik naar het veronderstelde Religie-Gen wat gelovigen wel of niet bezitten. We wachten af, als u denkt dat gen te bezitten ruim ik graag een plaatsje op mijn blog voor u in!

Saturday, November 06, 2004

De Chianina stier Deodato.


De porseleinwitte Chianina is het grootste en oudste rundveeras ter wereld. Hier de stier "Deodato" van de fokkers Fabrizio en Franco Trapassi te Siena. Deodato heeft een schofthoogte van 1,84 m en een gewicht van 1700kg.

Ets uit 1937.


Een ets uit november 1937, gemaakt door mijn broer Adrie. Het jongetje met de kruiwagen ben ik. Het andere jongetje met de sjaal is mijn tweelingbroertje Piet.

Reacties

Aardige reacties over mijn blog wil ik natuurlijk graag beantwoorden.
Maria Dolphijn van de schaakclub Lochem lijkt toch wel een groter schaakgehalte van me te verwachten. Dat begrijp ik heel goed, Maria is evenals ikzelf overtuigd van het nut van schaken en ze denkt waarschijnlijk “Kom op Willem, maak met je blog wat extra reclame voor onze geliefde sport” Voor Maria plaats ik dan ook het stukje “Een echte Schaker” ik hoop dat het haar pleziert. Ik moet er wel bij aantekenen dat volgens mijn vrouw Erica, het zwijgen van de luidsprekers ook kwam omdat ik zelf een van mijn zeldzame woedeaanvallen over de kampleiding uitstortte en Erica heeft altijd gelijk.
Gerard Burgers schrijft me:
Zeus hád iets met runderen. En niet alleen in het verhaal van Europa en de stier. Op een keer was Zeus aan het spelen met de schone Io. Zijn jaloerse echtgenote Hera krijgt daar de lucht van en komt poolshoogte nemen. Om niet betrapt te worden verandert Zeus Io bliksemsnel in een koe, waarna het verhaal een andere wending krijgt.
Daarnaast is er het overbekende Romeinse spreekwoord: Quod licet Iovi, non licet bovi, oftewel: Wat is toegestaan aan Zeus, is niet toegestaan aan een rund.
In de “koeienbijbel” van Marleen Felius “RUNDVEE rassen van de wereld” denk ik de oplossing van Zeus voorkeur voor koeien gevonden te hebben. Zeus als de grootste aller goden, koos natuurlijk het grootste dier. Felius schrijft dat het oerrund (dat veel groter was dan onze huidige koeien) in Europa het grootste dier was ook voor de Grieken en Romeinen totdat zij kennis maakten met de Olifant. Dit zou wel eens zijn voorkeur kunnen verklaren. In ieder geval kom ik nog terug op het ras van de koeien van Zeus, dat was het weer voor nu.

Een echte Schaker.

Een van m’n leukste ervaringen met schaken is uit de jaren zestig. Met vrouw en kleine kinderen stonden we op een fantastisch naturistenterrein in Zwitserland aan een prachtig meer.
Helaas had dit terrein ook enkele grote nadelen, ‘s morgens om zeven uur al liet de bazin Elsi ons, via luidsrekers horen hoe die Goldene Sonne stond te stralen (wij kennen dat lied ook: Ontwááákt, ontwááákt de morgen breekt aan....). Wij vonden dat helemaal niet leuk als het regende en zeker niet om zeven uur ’s morgens.
Geen enkele terrein bezoeker wist vijf minuten na aankomst nog niet dat we hier te maken hadden met een zeer strikt vegetarisch terrein, geen alcohol, niet roken enz.
Mij jaag je met zoiets in de hoogste boom. Ik ben onmiddellijk bereid weer te gaan roken, alcoholist te worden, alle luidsprekers te gaan slopen en een enorm vuur met een compleet varken aan het spit te organiseren.
Dus snel in de auto om enkele dozen wijn te gaan kopen. Direct buiten de poort werden we al gerustgesteld wat het roken betreft, hier stond een grote schare naaktlopers met een broekje aan een “gezonde” rookwolk te produceren waar een flinke fabrieksschoorsteen jaloers op kon zijn.
Dan op naar het eerste beste restaurant om een vleesschotel te bestellen. Nog nooit zoiets meegemaakt, hier zaten zowat alle resterende naturisten keurig in ’t pak achter schnitzels zo groot als wij ze nog nooit hadden gezien. Hé, hé ook dat was dus in orde en in elke tent konden we zoveel wijn komen drinken als we maar lusten kregen we van ze te horen.
Nu nog die Goldene Sonne. Dat kwam onverwachts.
In zowat alle kampeervakanties staat mijn schaakbord voor onze tent, onder het motto “je weet maar nooit”. Zo ook deze keer en ja hoor ik had weer eens beet.
Bij Elsi waren drie Hongaren in dienst en twee van hen werden door mijn bord met klok aangetrokken als bijen op de honing. Zo gauw er een vrij was zat ie bij mij voor de tent 5 minuten-partijtjes te spelen. Omdat ik zeker in deze niet hun mindere was bleven ze komen. Toen hen duidelijk was geworden dat ik niet “een huis-, tuin- en keukenschaker ”was, vroeger ze of ook hun oudere vriend (de derde dus) eens mocht komen. Natuurlijk kon dat, zij vertelden dat hij een belangrijk man was geweest in het verzet tegen de Russen. Het werd mij duidelijk dat zij groot ontzag voor hem hadden en zeker ook als schaker. Echter er bleek nog een probleem te zijn.
Iemand als hij kon je toch geen “ordinaire” vluggertjes van 5 minuten aanbieden?
Natuurlijk vond ik dat ook en stelde een tafel met stoelen en een partij van vier uren voor. Ook notatieformulieren had ik!
Zo kwam ik ’s avond tegenover een echte Hongaarse schaker te zitten. De partij werd remise. Toen ze de dag daarop een glas wijn kwamen drinken, kreeg ik de kans mijn Sonne-probleem met ze bespreken.
De volgende morgen zwegen de luidsprekers!
Hierbij dank ik deze drie Hongaarse schaakvrienden nogmaals voor de fantastische vakantie die volgde.

Willem Duvekot.


Tuesday, November 02, 2004

Een Stoel

Mijn blog achtervolgt me. Zonder blog realiseer ik me minder dat er allerlei dingen in de wereld plaatsvinden waar ik mijn aandacht aan moet/wil besteden. Mijn blog beschermt me dus tegen onachtzaamheid.
Actueel op dit moment zijn twee gebeurtenissen die nu voorrang krijgen:
1. de prachtige tentoonstelling van Klaas Gubbels in het Arnhems Museum, dat al een poos “ Museum voor Moderne Kunst Arnhem” heet en
2. wat er de laatste dagen allemaal over schaken wordt geschreven.
Voor de lezers van mijn vorige stukjes: Zeus en Europa ben ik echt niet vergeten er wordt aan gewerkt. Michiel in Toronto stuurde me zelfs al plaatjes van enorm grote Chianita stieren. Ik zal jullie niet teleurstellen.
Eerst Klaas Gubbels dus. Afgelopen zaterdagmiddag zaten Erica en ik al gauw aan een heerlijke lunch in het Museum in Arnhem om daarna de grote expositie over Klaas Gubbels te gaan zien.
Het Museum in Arnhem heeft duidelijk een grote liefde en bewondering voor Gubbels. Alle zalen op de begane grond waren voor hem ingericht en het was echt genieten, de tentoonstelling heet dan ook “ Gubbels totaal”.
Natuurlijk genoten we van de kunst, dat doen we al ons leven lang, maar ik heb als hartpatiënt ook een grote vaardigheid ontwikkeld in het vinden van een zitplaats. Zo belandde ik in de eerste zaal al snel op een stoel waarvan we ons afvroegen of ik daar wel op mocht zitten. De stoel was gesigneerd door de kunstenaar zelf en was duidelijk een object van de tentoonstelling. Gubbels bleek drie series van 15 stoelen gemaakt te hebben voor het museum die te koop zijn en na afloop van de expositie afgehaald kunnen worden door de kopers. De stoelen dienen tot het eind van de tentoonstelling als zitplaatsen. Wij waren zeer gecharmeerd van de serie waar de bovenkant van de rugleuning een soort kroon vormt. Van deze serie waren er nog twee niet verkocht en Erica koos van die twee de mooiste. Als u voor eind januari het Museum in Arnhem bezoekt kunt u op onze stoel gaan zitten!
Van Klaas Gubbels naar het schaken is een kleine overgang, want in vele schilderijen is het schaakbord prominent aanwezig. Gubbels is duidelijk een schaker.
Thuisgekomen uit Arnhem werd ik door de voorpagina van het katern “Wetenschap & Onderwijs” van het NRC Handelsblad ook flink op het schaken gedrukt. De voorpagina wordt gevuld met een artikel over “De erotiek van de geeuw”. Wetenschapsjournalist Dirk van Delft schrijft over Wolter Seuntjes die cum laude promoveerde op het proefschrift On Yawning or The Hidden Sexuality of the Human Yawn. Van Delft’s artikel begint als volgt:
‘Toen Wolter Seuntjes vijftien jaar was, nodigde een knappe vrijgezelle jongedame de scholier uit om haar schaken te leren. Na afloop van zo’n schaakles, tamelijk laat in de avond, begon ze te geeuwen en nodigde ze Wolter uit haar te helpen met het bed op te maken’.
Wij mogen de afloop raden, Wolter Seuntjes is later in ieder geval wel sterk geïnteresseerd geraakt in de betekenis van de geeuw en vond daar ook een erotische component.. Alles niet gering als je bedenkt dat hij daarmee nu doctor in de psychologie is geworden.
Na het lezen van genoemd artikel keek ik via Internet nog even hoe het bij onze familie in Toronto was en ook nu weer het schaken! Op Michiels blog vond ik:

Thinking Machine
Thinking Machine 4 explores the invisible, elusive nature of thought. Play chess against a transparent intelligence, its evolving thought process visible on the board before you.
The artwork is an artificial intelligence program, ready to play chess with the viewer. If the viewer confronts the program, the computer's thought process is sketched on screen as it plays. A map is created from the traces of literally thousands of possible futures as the program tries to decide its best move. Those traces become a key to the invisible lines of force in the game as well as a window into the spirit of a thinking machine.
Thinking Machine 4: Play the Game
Posted by mduvekot at 09:47 PM Comments (1) TrackBack (0)

Onmiddellijk begon ik te spelen natuurlijk echt heel leuk.
Dat was het weer voor vandaag, tot de volgende keer.